16/02/2026
Douanewaarde en verrekenprijsaanpassingen: betekenis van recente uitspraak Gerechtshof Amsterdam
In het afgelopen jaar heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak die draait om de douanewaarde van ingevoerde goederen en de gevolgen van verrekenprijsaanpassingen (transfer pricing adjustments). De uitspraak bevestigt dat transfer pricing‑beslissingen die voor fiscale doeleinden worden genomen, onder omstandigheden kunnen leiden tot navorderingen van douanerechten.
In de praktijk komt het regelmatig voor dat de definitieve prijs van goederen bij invoer nog niet vaststaat. Dit is vaak het geval wanneer de uiteindelijke prijs afhankelijk is van factoren die zich pas na de vrijgave van de goederen voordoen. Dit speelt met name bij transacties tussen verbonden ondernemingen, bijvoorbeeld wanneer prijzen achteraf worden aangepast als gevolg van winstcorrecties op basis van een Advance Pricing Agreement (APA). In dergelijke situaties wordt de daadwerkelijk betaalde prijs pas vastgesteld ná invoer van de goederen.
Op 17 december 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Hamamatsu een prejudiciële beslissing gegeven die tot aanzienlijke discussie heeft geleid binnen het douanerecht. Kort samengevat oordeelde het Hof dat de transactiewaardemethode niet kan worden toegepast wanneer de gehanteerde prijs deels bestaat uit een bij invoer aangegeven bedrag en deels uit een forfaitaire verrekenprijsaanpassing achteraf, terwijl vooraf niet vaststaat of deze correctie positief of negatief zal uitvallen.
Het Hamamatsu‑arrest riep daarmee de bredere vraag op of bij de vaststelling van de douanewaarde überhaupt rekening kan worden gehouden met nabetalingen die voortvloeien uit transfer pricing adjustments. Anders gezegd: in hoeverre staat dit arrest in de weg aan het gebruik van de transactiewaardemethode bij voorlopige verrekenprijzen?
Hoewel het Hamamatsu‑arrest uitgebreid is geanalyseerd, hebben de verschillende nationale interpretaties binnen de EU‑lidstaten en de daaruit voortvloeiende rechtsongelijkheid tot op heden niet geleid tot een wetswijziging of een eenduidige uitleg op Unieniveau.
De recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam past in een reeks van beslissingen waarin nadere invulling wordt gegeven aan de reikwijdte van het Hamamatsu‑arrest. Deze uitspraak draagt naar onze mening bij aan een verdere verduidelijking van de visie van de Nederlandse douaneautoriteiten op de relatie tussen transfer pricing en douanewaarde.
Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de volledige blogpost.